Meer dan een Cobb-hoek: onderzoek naar de zichtbare resultaten van Schroth-therapie
Wat betekent een behandeling voor iemand met scoliose? Voor kinderen en jongeren gaat het vaak om wat zij zelf in de spiegel zien. Bij Dutch Scoliosis Center vinden we dat deze ervaring een belangrijke plaats verdient in de behandeling én in wetenschappelijk onderzoek. Daarom zijn we trots dat het onderzoek waaraan wij de afgelopen twee jaar hebben meegewerkt, is gepresenteerd tijdens NSDS 2026 in Trondheim, Noorwegen.
In dit onderzoek bekeken we veranderingen in de uiterlijke rompasymmetrie na scoliosespecifiekeoefentherapie volgens Schroth Best Practice. De resultaten zijn bemoedigend: bij de onderzochte patiënten werden na het behandeltraject gemiddeld minder zichtbare asymmetrie en minder romprotatie gemeten.
Wat kinderen en jongeren zelf belangrijk vinden
In onze dagelijkse praktijk merken we dat juist kinderen en jongeren hun uiterlijk vaak als een van de belangrijkste behandeldoelen noemen. Een kleinere Cobb-hoek, de hoek waarmee we de kromming van de wervelkolom op een röntgenfoto meten, zegt hun meestal minder dan rechter staan of minder verschil zien tussen hun schouders en taille.
Hun wens is vaak heel concreet: in hun eigen woorden “gewoon normaal uitzien”. Daarmee vertellen zij wat hen bezighoudt en wat zij hopen te bereiken.
Wij nemen die wens serieus. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat jongeren weten dat hun lichaam niet aan een bepaalde norm hoeft te voldoen. We bespreken samen welke veranderingen zij belangrijk vinden en welke verwachtingen realistisch zijn. Medische metingen en persoonlijke doelen hebben allebei een plaats in de behandeling.
Wat hebben we onderzocht?
Het onderzoek, met de titel “Improvement of Aesthetics in Scoliosis Patients Using Pattern-SpecificRehabilitation”, vond plaats in twee gespecialiseerde scoliosecentra.
De oorspronkelijke onderzoeksgroep bestond uit 169 patiënten. Van 111 patiënten waren complete onderzoeksgegevens beschikbaar en was het trainingsprogramma afgerond. Zij waren tussen de 15 en 45 jaar oud en werden vóór en na minimaal twaalf weken Schroth Best Practice beoordeeld.
Twee onafhankelijke, geblindeerde beoordelaars, een wervelkolomchirurg en een ervaren fysiotherapeut, beoordeelden foto’s van de patiënten in ontspannen houding zonder instructie. Zij gebruikten daarvoor de TRACE-schaal: een gestandaardiseerde manier om de uiterlijke asymmetrie van de romp te beoordelen. Daarnaast werd de romprotatie gemeten.
Het onderzoek omvatte dus zowel jongeren als volwassenen. De resultaten kunnen niet zonder meer worden vertaald naar kinderen jonger dan 15 jaar.
Wat laten de resultaten zien?
Bij de 111 geanalyseerde patiënten verbeterde de TRACE-score gemiddeld met 1,4 punten. Een lagere score betekent dat de beoordelaars minder uiterlijke rompasymmetrie vaststelden.
Ook nam de gemeten romprotatie gemiddeld af. Bij patiënten met een curve in de onderrug bedroeg de afname van de lumbale romprotatie 2,0 graden. Bij patiënten met een curve in de borstwervelkolom nam de thoracale romprotatie gemiddeld met 3,1 graden af.
De veranderingen traden daarmee vooral op in het gebied van de betreffende scoliosecurve. Hoe groot de verbetering was, verschilde per patiënt.
Wat betekent dit voor onze Schroth-therapie?
De bevindingen geven aanleiding om uiterlijke rompsymmetrie nadrukkelijk mee te nemen in de evaluatie van scoliose specifieke oefentherapie.
Bij o.a. Schroth Best Practice worden oefeningen afgestemd op het individuele curvepatroon. Voor onze praktijk onderstreept dit onderzoek het belang van een persoonlijke aanpak en van het zorgvuldig volgen van veranderingen tijdens het behandeltraject.
Daarbij willen we steeds twee vragen beantwoorden: welke veranderingen kunnen we meten, en wat betekenen die voor de patiënt? Een verandering in de vorm van de romp kan aansluiten bij een belangrijk persoonlijk doel. Of iemand daardoor ook tevredener is met het eigen lichaam, is in dit onderzoek niet gemeten en verdient afzonderlijke aandacht.
Bemoedigende resultaten, met realistische verwachtingen
Dit onderzoek laat een verbetering zien na het behandeltraject. Omdat er geen controlegroep was, kunnen we niet met zekerheid vaststellen welk deel van die verbetering door de therapie is veroorzaakt. Ook waren niet van alle oorspronkelijke deelnemers complete gegevens beschikbaar.
De gemiddelde verbetering geeft bovendien geen garantie voor een individuele patiënt. Minder gemeten romprotatie betekent ook niet automatisch dat de wervelkolom structureel rechter is geworden. Vervolgonderzoek moet duidelijk maken hoe duurzaam de veranderingen zijn en hoe patiënten die zelf ervaren.
Trots op onze bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek
De presentatie tijdens NSDS 2026, dat van 26 tot en met 29 augustus in Trondheim plaatsvond, is voor Dutch Scoliosis Center een bijzondere mijlpaal. We bedanken alle deelnemende patiënten, collega’s, dr. Ane Simony en onze internationale partner ScolioFYS voor hun bijdrage.
Door onze dagelijkse zorg te verbinden met onderzoek willen we beter begrijpen wat scoliosebehandeling oplevert. Daarbij blijven de doelen en ervaringen van onze patiënten richting geven aan de vragen die we onderzoeken.
Wil je weten wat Schroth-therapie voor jou of je kind kan betekenen? Neem contact op met Dutch Scoliosis Center. Samen bespreken we de scoliose, de persoonlijke doelen en de behandelmogelijkheden.
Meer weten over de presentatie in Trondheim? Lees ons bericht op LinkedIn